Toen ik begin dit jaar een moodboard maakte voor mijn nieuwe filmproject ’the Wisdom of the Earth’ kon ik niet vermoeden dat ik nu – samen met mijn lief – in een 35-jaar oude camper rond zou rijden. We ons eigen brood zouden bakken en eten wat de natuur ons biedt.

We staan geparkeerd in de rij unbooked. We hebben weliswaar een kaartje gekocht voor de overtocht naar Eriskay, maar die is pas voor morgenochtend 7 uur. Royden is niet zo’n ochtendmens en heeft over het algemeen wat tijd nodig om op te starten. Onze eerdere veerboot-ervaringen hebben ons geleerd dat er vaak wel ruimte is op een eerdere vaart en dus besluiten we de gok te wagen. Wie weet kunnen we met de boot van kwart voor vier vanmiddag mee.
 
Om de tijd te doden, spelen we een potje beach ball. Dat doen we inmiddels bijna dagelijks. Het liefst op onze blote voeten in het gras. Maar ook in onze sportschoenen op het asfalt blijft het een leuk spelletje. 
 
Als we even later in de camper zitten, vraagt Royden me waarom we ineens zo het verlangen voelen om het eiland Barra te verlaten. Het is een passende vraag, want het voelt inderdaad alsof we ineens klaar zijn met het eiland en er van weg willen rennen. Hij voelt dat het niet de juiste energie is om Barra mee te verlaten. Liever ergens naar uit kijken en om die reden in beweging komen dan weglopen voor iets. 
 
Hij heeft gelijk. Wegrennen naar een volgende plek betekent niet per se dat we datgene wat we ervaren van ons af kunnen schudden en het op miraculeuze wijze achterblijft op Barra. Ik laat zijn vraag bezinken. Ik kan er niet goed de vinger op leggen en voel me de hele dag al wat wiebelig. 
 
Vanochtend werden we wakker op een groot veld aan het einde van de wereld. We waren de enigen op het terrein en hadden de avond ervoor onze buitendouche uitgeprobeerd. Stonden we dan met onze emmer water, een pomp en een sproeier. Eerlijk gezegd was het de lekkerste douche sinds lange tijd. Heerlijk warm water met een krachtige straal, poedelnaakt in het licht van de maan met uitzicht over de Atlantische oceaan.
 
Maar terug naar ons gesprek. 
 
Ik kan niet goed duiden waarom het eiland ineens zo saai en troosteloos aandoet. Of dat is in elk geval de uitwerking die het op mij heeft. Het weer kan ik niet de schuld geven. Het is weliswaar niet strakblauw, maar het is droog en af en toe laat de zon zich zien. Het is net alsof de levensenergie niet vol meer stroomt en ik in gedachten rondjes blijf draaien. Vanochtend tijdens mijn ochtendwandeling langs het strand zag mijn innerlijke Sherlock Holmes de kans om in de analyse, de verhalen en het oordeel te schieten. In plaats van te voelen wat er gevoeld wil worden, schiet ik in allerlei overtuigingen en wil ik vooral Royden de schuld geven van mijn ellendige gevoel… Totaal onterecht, maar het is een valkuil waar ik met regelmaat in val. Zo ook vandaag. 
 
Royden heeft in de gaten dat ik het vooral allemaal heel zielig voor mezelf vind en daar heeft hij weinig tijd voor, zoals ze in het Engels zo mooi zeggen. Ik droog mijn tranen en snap wat Royden zegt dat we vanuit een neutrale energie in deze wachtrij mogen staan en niet gefrustreerd moeten zijn als we niet mee kunnen. Ik verzacht en voel me onmiddellijk een stuk beter. Ik kan ook voelen dat het allemaal goed is. Als het de bedoeling is dat we nog een nachtje op Barra blijven, dan is dat helemaal oké. Het voelt als de juiste energie om in te zijn. 
 
Om half vier komt er beweging in de rij. Een voor een rijden de auto’s uit de ‘kaartje geboekt-rij’ de veerboot op. De medewerker van de veerboot maatschappij pijnigt zijn hoofd en kijkt naar alle campers die net als wij geen kaartje hebben geboekt. De camper achter ons is een stuk kleiner en mag mee. Wij wachten het rustig af. Als bijna alle auto’s van het terrein verdwenen zijn, komt de jongeman naar ons toe. Hij vraagt hoe lang onze camper is. 
‘Zes en halve meter,’ antwoord ik, ‘plus een fietsendrager.’ 
Hij knikt en kijkt naar zijn collega op de boot. Royden en ik voelen ons verrassend rustig. Echt alles is goed. 
 
Ik kijk op als de jongeman naar ons gebaart dat we naar voren mogen komen. Ik durf nog niet te geloven dat het lukt, maar we staan inmiddels op de kade. Een laatste grote vrachtwagen rijdt langzaam de boot op. Als hij op zijn plek staat, blijkt er nog net een gaatje te zijn voor onze Betsy. Behendig rijdt Royden de camper de veerboot op. Yes, we kunnen mee! 
 
We stappen uit en lopen de trap op richting het dek. We houden elkaars hand vast als we over de railing naar het diepblauwe water staren. In de verte slechts een enkele zeerob. Het verbaast ons dat we zo weinig leven in het water zien, maar we genieten van de zon die op het water schittert. Met elke mijl die we afleggen, laten we meer en meer de energie van Barra achter ons. Het is alsof de wind ons schoon blaast en we het volgende eiland met een open blik tegemoet mogen treden. 
 
Eens kijken wat Eriskay en South Uist ons te bieden hebben.

Geef een antwoord

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn aangegeven met *

Plaats reactie